zwerfblok

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwerf·blok
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zwerfblok zwerfblokken
verkleinwoord zwerfblokje zwerfblokjes

Zelfstandig naamwoord

zwerfblok o

  1. een groot rotsblok dat in de ijstijd door de gletsjers vervoerd is naar een ander gebied
    • Maar we kunnen er ook nog heel wat zien in de Lutte en bij Markelo ligt bovendien het grootste zwerfblok van Nederland, een naar schatting 70 à 80 ton wegend gevaarte dat grotendeels onder de oppervlakte ligt. [1]
Verwante begrippen

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Wetenschappelijke mededelingen KNNV, editie 31-40, p. 13. Uitgegeven door de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging in 1959.