zwendelaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwen·de·laar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zwendelaar zwendelaars
verkleinwoord zwendelaartje zwendelaartjes

Zelfstandig naamwoord

zwendelaar m/v

  1. bedrieger, oplichter
    De zwendelaar heeft de bank voor duizend euro opgelicht.
Hyponiemen
Verwante begrippen