zwendel
Uiterlijk
- zwen·del
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zwendel | zwendels |
| verkleinwoord | zwendeltje | zwendeltjes |
de zwendel m
| vervoeging van |
|---|
| zwendelen |
zwendel
- Het woord zwendel staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "zwendel" herkend door:
| 97 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ zwendel op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Håkan Nesser“Herfst op Gotland” (2021), De Geus (uitgeverij), ISBN 9789044535624
- ↑ Liu Cixin“Het donkere woud” (2008), Uitgeverij Prometheus
, ISBN 9789044645828 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 97 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %