zwemvlies

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwem·vlies
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zwemvlies zwemvliezen
verkleinwoord zwemvliesje zwemvliesjes

Zelfstandig naamwoord

zwemvlies o

  1. (zoötomie), (zwemmen) huidplooi tussen vingers of tenen die het vergemakkelijkt zich bij het zwemmen tegen het water af te zetten
    • Kikkers hebben zwemvliezen tussen hun tenen. 
  2. (schoeisel), (zwemmen) kunststofimitatie van [1] die de mens als verlengstuk van zijn voet kan aandoen
    • Bij het duiken zijn zwemvliezen onontbeerlijk. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie