zwemjuf

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwem·juf
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zwemjuf zwemjufs
zwemjuffen
verkleinwoord zwemjuffie
zwemjufje
zwemjuffies
zwemjufjes

Zelfstandig naamwoord

zwemjuf v

  1. (beroep) (onderwijs) vrouw die zwemonderricht geeft

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.