zwemgordel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwem·gor·del
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zwemgordel zwemgordels
verkleinwoord zwemgordeltje zwemgordeltjes

Zelfstandig naamwoord

zwemgordel m

  1. (sport) een bij de zwemles om het middel gedragen hulpmiddel met groot drijfvermogen
    • Ik hoefde daarna geen zwemgordel meer te dragen. 

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.