zwembadwater

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwem·bad·wa·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zwembadwater
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zwembadwater o

  1. het water van een zwembad
    Het zwembadwater wordt continu ververst.