zwembaan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwem·baan
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zwembaan zwembanen
verkleinwoord zwembaantje zwembaantjes

Zelfstandig naamwoord

zwembaan

  1. een meestal afgebakende strook in een zwembad
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.