zweempje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zweem·pje
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van zweem met het achtervoegsel -pje

Zelfstandig naamwoord

zweempje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord zweem