zwavelstokje

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwa·vel·stok·je
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zwavelstokje zwavelstokjes
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zwavelstokje o

  1. dun houtje gedoopt in gesmolten zwavel, de voorloper van de lucifer
    • Vroeger gebruikte men zwavelstokjes i.p.v. lucifers om kaarsen aan te steken. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

zwavelstokje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord zwavelstok

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie