zwavelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwa·ve·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zwavelen
zwavelde
gezwaveld
zwak -d volledig

Werkwoord

zwavelen

  1. overgankelijk met zwaveldamp desinfecteren
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

81 % van de Nederlanders;
62 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be