zwavelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwa·ve·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zwavelen
zwavelde
gezwaveld
zwak -d volledig

Werkwoord

zwavelen

  1. overgankelijk met zwaveldamp desinfecteren
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
64 % van de Vlamingen.

Meer informatie