zwartwerker

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwart·wer·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zwartwerker zwartwerkers
verkleinwoord zwartwerkertje zwartwerkertjes

Zelfstandig naamwoord

zwartwerker m

  1. (economie) iemand die betaald werk verricht doch bewust nalaat dit bij zijn of haar belastingaangifte te vermelden
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie