zwartogig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwart·ogig
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen zwartogig
verbogen zwartogige
partitief zwartogigs

Bijvoeglijk naamwoord

zwartogig [1]

  1. met zwarte ogen
    • Een bijna installatie-achtig karakter heeft As it empties out van Jefta van Dinther. Hij creëert fraaie vervreemdingseffecten met onder andere bezwerende, vervormde zinnen uit de mond van een traag bewegende, zwartogige man of met torso’s die, zwenkend in rood licht, tot pure energie transformeren. Een samenhangende regie zou wonderen doen; de beelden zijn er al. [2] 

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders;
67 % van de Vlamingen.


Verwijzingen