zwalker

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwal·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zwalker zwalkers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zwalker m [1]

  1. iemand zonder vaste woon of verblijfplaats
  2. iemand met een steeds wisselende mening
Synoniemen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
45 % van de Vlamingen.

Verwijzingen