zwaktebod

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwak·te·bod
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zwaktebod
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zwaktebod o

  1. voorstel dat verraadt dat men niets beter te bieden heeft
    • Als u bij dat zwaktebod blijft, gaat de deal niet door. 

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
54 % van de Vlamingen.