zwade

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwa·de
enkelvoud meervoud
naamwoord zwade zwaden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zwade o of v

  1. een regel gemaaid gras
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

15 % van de Nederlanders;
14 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be