zurkel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zurkel

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zur·kel
enkelvoud meervoud
naamwoord zurkel -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zurkel v/m

  1. (groente), (plantkunde) Rumex acetosa, een overblijvende plant uit het geslacht van de zuring die meer dan een halve meter hoog kan worden en waarvan de bladeren in salades verwerkt worden
Synoniemen

Gangbaarheid

4 % van de Nederlanders;
73 % van de Vlamingen.

Meer informatie