zuidwester

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zuid·wes·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zuidwester zuidwesters
verkleinwoord zuidwestertje zuidwestertjes

Zelfstandig naamwoord

zuidwester m

  1. een bij regen- en stormweer gedragen hoofddeksel bij zeelieden
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
81 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl