zucchetto
Uiterlijk
- zuc·chet·to
- van Italiaans zucchetto, eigenlijk: "pompoentje"
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zucchetto | zucchetto's |
| verkleinwoord | - | - |
de zucchetto m
- (hoofddeksel) (religie) (rooms-katholiek) eenvoudig rond kapje dat geestelijken op het hoofd dragen in een kleur die hun rang aangeeft
- ▸ Zij wordt in de winter gedragen in plaats van de zucchetto, het witte kruindeksel dat pausen doorgaans dragen.[1]
- 1. De witte zucchetto van een paus.
- 1. De rode zucchetto van een kardinaal.
- 1. De paarse zucchetto van een bisschop.
- 1. De zwarte zucchetto van een priester.
- Het woord 'zucchetto' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Weblink bron Gearchiveerde versie “Camauro” (3 augustus 2020) op kro-ncrv.nl
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Hoofddeksel in het Nederlands
- Religie in het Nederlands
- Niet in Woordenlijst Nederlandse Taal