zoute

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zou·te

Bijvoeglijk naamwoord

zoute

  1. verbogen vorm van de stellende trap van zout

Werkwoord

vervoeging van
zouten

zoute

  1. aanvoegende wijs van zouten

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.