zorgleerling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zorg·leer·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zorgleerling zorgleerlingen
verkleinwoord zorgleerlingetje zorgleerlingetjes

Zelfstandig naamwoord

zorgleerling m

  1. een leerling die extra zorg nodig heeft om mee te komen.

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.