zorgkas

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zorg·kas
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zorgkas zorgkassen
verkleinwoord zorgkasje zorgkasjes

Zelfstandig naamwoord

zorgkas v / m

  1. een soort zorgverzekering, waaraan iemand bijdraagt en daardoor recht heeft op financiële tegemoetkoming wanneer iemand zorgbehoevend wordt.

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.