zorgden
Uiterlijk
- zorg·den
| vervoeging van |
|---|
| zorgen |
zorgden
- meervoud verleden tijd van zorgen
- Wij zorgden.
- Jullie zorgden.
- Zij zorgden.
- Wij zorgden.
- ▸ De ongeveer 18.000 supporters die terugkwamen vanuit De Kuip zorgden vannacht nog wel voor grote drukte op de wegen richting Deventer. Volgens De Stentor stond het op en rondom een bedrijventerrein langs de A1 om 01.00 uur nog muurvast.[1]
- Het woord zorgden staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑
Weblink bron “Feest barst los in Deventer na winst Go Ahead Eagles: 'We gaan Europa in!'” (22 april 2025), NOS