zootje

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zoot·je
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zootje zootjes
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zootje o dim. tant. [2]

  1. (informeel) niet nader bepaalde hoeveelheid
  2. (informeel) (kookkunst) kooksel
  3. (informeel) bende, warboel, puinhoop
Verwante begrippen
Hyponiemen

Zelfstandig naamwoord

zootje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord zooi
Uitspraak
Woordafbreking
  • [1] zo·tje
  • [2] zoo·tje

Zelfstandig naamwoord

zootje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord zo
  2. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord zoo


Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal