Naar inhoud springen

zoontje

Uit WikiWoordenboek
  • zoon·tje

het zoontje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord zoon
    ▸ De eerste kreet van mijn zoontje was het mooiste geluid dat ik ooit had gehoord.[1]
    ▸ Nu had hij een zoontje van vier en een dochter van twee.[2]
    ▸ Zijn zoontje kreeg van een lerares een wekker, zodat hij voortaan op tijd op school kwam.[3]
  1. ↑
    Shelley Read
    “Ga als een rivier” (2023), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021037004
  2. ↑ “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024582280
  3. ↑ “Holy Trientje” (2019), Ambo/Anthos uitgevers op Wikipedia, ISBN 9789026334238