zonnig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zon·nig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van zon met het achtervoegsel -ig.
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen zonnig zonniger zonnigst
verbogen zonnige zonnigere zonnigste
partitief zonnigs zonnigers -

Bijvoeglijk naamwoord

zonnig

  1. zonovergoten, met zonneschijn
Antoniemen
Vertalingen

Meer informatie