zonnesteek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zon·ne·steek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zonnesteek zonnesteken
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zonnesteek m

  1. (medisch) plotselinge aandoening van de hersenen ten gevolge van te felle zonneschijn of te grote hitte
    • Een zonnesteek oplopen. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie