zonnesteek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zon·ne·steek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zonnesteek zonnesteken
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zonnesteek m

  1. (medisch) plotselinge aandoening van de hersenen ten gevolge van te felle zonneschijn of te grote hitte
    • Een zonnesteek oplopen. 
     Twee jaar eerder was er op dit stuk trail nog een 19-jarige jongen overleden aan de gevolgen van een zonnesteek.[1]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be