zonneklopper

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zon·ne·klop·per
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zonneklopper zonnekloppers
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zonneklopper m/v

  1. iemand die graag en veel in de zon ligt

Gangbaarheid

32 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie