zonnejaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zon·ne·jaar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zonnejaar zonnejaren
verkleinwoord zonnejaartje zonnejaartjes

Zelfstandig naamwoord

zonnejaar o

  1. de tijd die het de aarde kost één keer rond de zon te draaien
    • Kalenders die gebruik maken van zonnejaren lopen niet gelijk op met kalenders die gegrond zijn in het maanjaar. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie