zonnebrand

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zon·ne·brand
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zonnebrand -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zonnebrand m

  1. (medisch) de vaak pijnlijke gevolgen van een blootstelling van de huid aan een te grote dosis ultraviolet licht
    • Als je je niet insmeert heb je dadelijk last van zonnebrand. 
  2. (metonymisch) zonnebrandcrème
    • Insmeren met zonnebrand. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be