zonnebrand

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zon·ne·brand
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zonnebrand -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zonnebrand m

  1. (medisch) de vaak pijnlijke gevolgen van een blootstelling van de huid aan een te grote dosis ultraviolet licht
    • Als je je niet insmeert heb je dadelijk last van zonnebrand. 
  2. (metonymisch) zonnebrandcrème
    • Insmeren met zonnebrand. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie