zonnebaan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zon·ne·baan
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zonnebaan zonnebanen
verkleinwoord zonnebaantje zonnebaantjes

Zelfstandig naamwoord

zonnebaan v / m

  1. (astronomie) de cirkel aan de hemel die de zon in één jaar schijnt te doorlopen, in werkelijkheid dus de aardbaan
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie