zondagse

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zon·dag·se

Bijvoeglijk naamwoord

zondagse

  1. verbogen vorm van de stellende trap van zondags

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.