zondagsarmpje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zon·dags·arm·pje
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord zondagsarmpje zondagsarmpjes

Zelfstandig naamwoord

zondagsarmpje o

  1. (medisch) partiële ontwrichting van de elleboog van een kind ten gevolge van het krachtig meetrekken aan een uitgestoken arm
Synoniemen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen