zomerdijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zo·mer·dijk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zomerdijk zomerdijken
verkleinwoord zomerdijkje zomerdijkjes

Zelfstandig naamwoord

zomerdijk m

  1. een dijk die een uiterwaarde tegen de relatief lage waterstand van de zomer beschermt
    • 's Winters raakt de zomerdijk gewoonlijk overstroomd. 

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
82 % van de Vlamingen.

Meer informatie