zogezegd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zo·ge·zegd
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

zogezegd

  1. zoals men dat vaak uitdrukt
    • Hij is zogezegd een echte liefhebber. 

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.