zoekmaken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zoek·ma·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zoekmaken
maakte zoek
zoekgemaakt
zwak -t volledig

Werkwoord

zoekmaken

  1. overgankelijk zo behandelen dat iets niet meer terug te vinden is
    • Je hebt dat toch niet zoekgemaakt? 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
80 % van de Vlamingen.