zoölogisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zoö·lo·gisch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen zoölogisch zoölogischer
verbogen zoölogische zoölogischere
partitief zoölogisch zoölogischers -

Bijvoeglijk naamwoord

zoölogisch

  1. op de zoölogie betrekking hebbend
    • Hij publiceerde in een aantal zoölogische tijdschriften. 

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen