zinsbedrog

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zins·be·drog
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zinsbedrog
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zinsbedrog o [1]

  1. valse waarneming
    • ”Schaduw van de wolf”, haar nieuwe roman, deelt met ”Laatste nacht” het gegeven dat er een bijna onoverbrugbare vreemdheid tussen de romanpersonages bestaat, dat vertrouwdheid en intimiteit vrijwel altijd op inbeelding en zinsbedrog berusten. [2] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

74 % van de Nederlanders;
70 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Reformatorisch Dagblad Dr. Hans Ester 07-12-2005 Bang om te vallen
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be