zinneloze

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zin·ne·lo·ze

Bijvoeglijk naamwoord

zinneloze

  1. verbogen vorm van de stellende trap van zinneloos

Gangbaarheid

54 % van de Nederlanders;
62 % van de Vlamingen.