zinlijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zin·lijk
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van zin met het achtervoegsel -lijk
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen zinlijk zinlijker zinlijkst
verbogen zinlijke zinlijkere zinlijkste
partitief zinlijks zinlijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

zinlijk [1]

  1. heel mooi en aangenaam; de zinnen prikkelend
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

48 % van de Nederlanders;
46 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen