zinkwit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zink·wit
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zinkwit -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zinkwit o

  1. wit pigment bestaande uit zinkoxide
    • Deze schilder gebruikte zelden zinkwit. 

Gangbaarheid

56 % van de Nederlanders;
55 % van de Vlamingen.

Meer informatie