zilveren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zil·ve·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van zilver met het achtervoegsel -en
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen zilveren

Bijvoeglijk naamwoord

zilveren

  1. van zilver gemaakt
    • De zilveren hanger was niet zo veel waard omdat die machinaal gemaakt was. 
  2. een tweede plaats
    • Bij de Olympische Spelen heeft hij een zilveren medaille behaald. 
  3. 25 jaar gehuwd zijn.
    • Mijn ouders gaven een groot feest op hun zilveren bruiloft. 
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.