zijvin
Uiterlijk

Bek: bovenstandig, eindstandig, onderstandig.
- zij·vin
- samenstelling van zij en vin
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zijvin | zijvinnen |
| verkleinwoord | zijvinnetje | zijvinnetjes |
- (zoötomie) een vin die verbonden is met spieren en de bekkengordel en daardoor minder bewegelijk dan de borstvinnen.
- De meeste vissen hebben twee zijvinnen.
- Het woord 'zijvin' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.