zijvertrek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

zijvertrek
Uitspraak
Woordafbreking
  • zij·ver·trek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zijvertrek zijvertrekken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zijvertrek o [1]

  1. een vertrek aan de zijkant van een gebouw
     De drie weten zeker dat zij zich in zullen zetten voor verbetering van de positie van de vrouw. „Wij hebben in de moskee een zijvertrek een aparte ruimte. Daar hebben wij nieuwe vloerbedekking aangebracht en wij willen ook een keukentje realiseren”, stelt Gülay.[2]
     Behalve een royale entree en twee garderobes maken ook een centrale keuken, een berging en een bibliotheek annex kindercrèche deel uit van het bouwplan. Een zijvertrek is ingericht als klein mortuarium.[3]
Synoniemen
Verwante begrippen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron “Vrouwen aan de macht in Turkse moskee” (27-02-2009), Tubantia
  3. Bronlink Weblink bron “Kerk ger. gem. Tholen geopend” (04-09-2003), Reformatorisch Dagblad