zijrand

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zij·rand
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zijrand zijranden
verkleinwoord zijrandje zijrandjes

Zelfstandig naamwoord

zijrand m [1]

  1. de rand aan de zijkant
    • Resultaat is een gegarandeerd onafscheidelijke zool en schoen, want het vlies perste op elke vierkante millimeter, ook aan de zijranden. Van Dalen: „Bij gewone schoenmakers wordt alleen op de zool gedrukt. En ze gebruiken zelden een leest, terwijl dat wel zo hoort.” [2] 
    • De M2 heeft twee consoles. Typerend voor het model is het bootbrede windscherm waarvan de zijranden licht naar buiten zijn gebogen om optimaal tegen wind en buiswater te kunnen beschermen. Met het optionele deurtje ben je er helemaal van gevrijwaard. [3] 
    • De zijranden van het pad kun je afsluiten met een betonnen opsluitband. Op dezelfde manier is ook een klein terras te maken. Grind als afdekking is ook een mogelijkheid. Leg dan in de ondergrond een antiworteldoek, tegen hardnekkig onkruid. [4] 
Vertalingen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.


Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Michiel Hegener 29 augustus 2008 Geen half werk voor hele zool
  3. De Telegraaf ALFRED BOER 21 jul. 2018 Formidabele Fin
  4. NRC Warna Oosterbaan 28 april 2001 Ik kan... tuinieren