zijnsleer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zijns·leer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zijnsleer -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zijnsleer v / m

  1. (filosofie) leer van het zijn, van de algemene eigenschappen van de dingen

Gangbaarheid

45 % van de Nederlanders
51 % van de Vlamingen.

Meer informatie