zijlijn

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zij·lijn
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zijlijn zijlijnen
verkleinwoord zijlijntje zijlijntjes

Zelfstandig naamwoord

zijlijn v/m

  1. (anatomie) een orgaan op de zijde van een groot aantal vissen dat verandering in waterdruk waarneemt
  2. (sport) de lijn die de zijdelingse begrenzing van het speelveld vormt
    • De bal ging over de zijlijn en er volgde in ingooi. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie