zijkamer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

doorkijk van de hoofdkamer naar de zijkamer
Uitspraak
Woordafbreking
  • zij·ka·mer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zijkamer zijkamers
verkleinwoord zijkamertje zijkamertjes

Zelfstandig naamwoord

zijkamer v/m [1]

  1. een kamer naast het hoofdvertrek
    • Waar is dat knaapje nu? "De heer Mark Rutte staat op de gang, mijnheer Erdogan. "Mooi, laat hem daar nog maar eventjes staan. En zet die stoel even in de zijkamer neer."[2] 
    • Manga zal, zoals hij dat meestal doet, alleen vinyl draaien. Ongeveer tienduizend platen heeft hij. Het overgrote deel daarvan heeft hij in een zijkamer van zijn etagewoning in Bos en Lommer staan.[3] 
    • De kraakpandachtige inrichting zou je charmant kunnen noemen als het er niet zo vies was geweest: dode spinnen en rag bungelen uit de lampen, op de wc durf ik niet te gaan zitten en de rommelige zijkamer stinkt naar kattenpis.[4] 
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Het Parool THEODOR HOLMAN 29 DECEMBER 2017 'ik ben blij dat we eruit zijn, Rotte'
  3. Het Parool PETER VAN BRUMMELEN 19 APRIL 2014 DJ Rob Manga brengt 24 uur lang een ode aan vinyl
  4. Het Parool HISKE VERSPRILLE 30 DECEMBER 2013 De Vliegende Schotel (4)