zigeunermeisje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zi·geu·ner·meis·je
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord zigeunermeisje zigeunermeisjes

Zelfstandig naamwoord

zigeunermeisje o dim. tant.

  1. een meisje dat tot een zigeunerfamilie behoort
    • Het zigeunermeisje hielp haar moeder met de afwas. 

Meer informatie

Gangbaarheid