zifter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zif·ter
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van de werkwoordstam van ziften met het achtervoegsel -er
enkelvoud meervoud
naamwoord zifter zifters
verkleinwoord ziftertje ziftertjes

Zelfstandig naamwoord

zifter m

  1. iemand die over kleinigheden zeurt
Synoniemen

Gangbaarheid

67 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.